Installatie traditioneel groendak

Deze aanleginstuctie is geschikt voor daken met een maximale dakhelling van 25 graden.


Voorbereiding van de installatie
- Let op veiligheidseisen om te werken op hoogte (bijv. dakrandbeveiliging, valbescherming, veiligheidshelmen).
- Maak een realistische planning ten aanzien van transport, personeel, verticaal transport en/of ander materiaal
- Wij een locatie aan waar de pallets met Sedumtrays direct na het lossen tijdelijk geplaatst kunnen worden
- Controleer de mogelijkheid om het groendak direct na installatie te verzadigen met water.

Bij aankomt van vegetatiematten
- Zet de pallets met vegetatiematten zoveel mogelijk in de schaduw
- Houd met het uitrollen van de vegetatiematten rekening met weersomstandigheden. Bij warm weer is een snelle verwerking een vereiste.
- Verdeel – afhankelijk van de toegestane maximale dakbelasting – de materialen over het dakoppervlak.
- Let er bij het dragen van de vegetatiemat op dat het uiteinde van de rol altijd bovenop ligt.

STAP 1 – Schoonmaken
Maak het dak vrij van vuil, afval of ander materialen. Controleer of de dakbedekking niet beschadigd is, om er zeker van te zijn dat het dak waterdicht is.

STAP 2 – Wortelwerend folie aanbrengen (optioneel)
Als de dakbedekking niet wortelwerend is, is het noodzakelijk om een wortelwerend folie toe te passen. Bedek ook de opstaande dakrand. Zorg dat de folie goed op elkaar aansluit door middel van een kleine overlap van 50 cm.

STAP 3 – Beschermdoek aanbrengen (optioneel)
Rol het beschermdoek tot de rand uit en knip het op maat. Zorg dat het doek goed op elkaar aansluit door middel van een kleine overlap.

STAP 4 – Drainagelaag aanbrengen
Rol de drainagebaan uit tot de dakrand, haaks over de wortelwerend folie (zie instructievideo). Indien nodig, bereid het op maat snijden van de drainage voor op de grond of neem maatregelen om veilig te snijden. Snijd nooit direct op de dakbedekking!

STAP 5 – Scheidingsprofiel aanbrengen (optioneel)
Snijd bij de hemelwaterafvoer(en) een stuk uit de wortelwerend folie, beschermdoek en drainagelaag. Bedek deze met een bolrooster, bladvanger of inspectieput.

Plaats daarna het scheidingsprofiel op 20 cm van de dakrand, met de voet aan de zijde van de grindstrook.

STAP 6 – Daktuinsubstraat aanbrengen
Verdeel het daktuinsubstraat gelijkmatig met een hark. Voorkom dat het substraat tussen de drainagebanen komt. Verzadig de substraatlaag volledig met water voordat de vegetatiematten worden geïnstalleerd.

STAP 7 – Grind aanbrengen
Stort het grind tussen het scheidingsprofiel en de dakrand. De grindlaag kan aangevuldt worden tot gelijke hoogte van het scheidingsprofiel.

STAP 8 – Vegetatiematten aanbrengen
Rol de vegetatiematten uit over de substraatlaag (zie instructievideo). Start met het uiteinde van de vegetatiemat bovenop. Rol het uiteinde van de mat voorzichtig terug en zorg dat deze op de juiste positie ligt aan het begin van de baan. Indien nodig, knip of snij de mat aan het eind van de baan op maat. Tip: Gebruik hiervoor een stevig kartelmes of zaag

Zorg dat de vegetatiematten zonder overlap goed op elkaar aansluiten. Eventuele kale plekken kunnen opgevuldt worden met reststukken van de vegetatiemat.

STAP 9 – Irrigeren
Bewater direct na aanleg de vegetatiematten totdat de substraatrol volledig waterverzadigd is. Dit is noodzakelijk voor de doorworteling van de vegetatiematten in de onderliggende substraatlaag. Bewater het groendak regelmatig wanneer het dak wordt aangelegd in een droge periode.

Onderhoud en bemesting
Bemest het Sedumdak 2 keer per jaar. Bij voorkeur eind april en begin september. Inspecteer het dak op ingewaaide onkruiden en verwijder deze ongewenste begroeiing handmatig. Controleer daarnaast of het afvoersysteem nog functioneert en verwijder eventueel ingewaaid blad.